Beleggen via je BV of holding of privé in box 3? Zo kies je in 2026
Je BV maakt al een paar jaar winst en er staat meer op de bank dan je nodig hebt. Wat doe je daarmee: laten staan, als dividend naar privé halen en daar beleggen, of beleggen vanuit de BV of holding? De keuze bepaalt hoeveel belasting je over je rendement betaalt. In dit artikel zetten we de routes naast elkaar, met een rekenvoorbeeld voor 2026.
Beleggen in de BV: vpb over het echte rendement
Belegt je BV of holding, dan valt het rendement (dividend, rente, koerswinst) gewoon in de winst. Daarover betaalt de BV vennootschapsbelasting: 19% tot €200.000 winst en 25,8% daarboven. Het grote verschil met privé: je betaalt over het werkelijke resultaat. Kosten zoals beheerkosten zijn aftrekbaar, en een verliesjaar kun je verrekenen met winst in andere jaren. Er is wel geen heffingsvrij vermogen, en zolang het geld in de BV blijft, heb je het privé niet tot je beschikking.
Beleggen in privé: box 3 met een forfaitair rendement
Beleg je privé, dan valt je vermogen in box 3. In 2026 rekent de Belastingdienst voor beleggingen met een forfaitair rendement van 6,00%, belast tegen 36%, na een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Je betaalt dus over een fictief rendement, ook als je beleggingen in waarde zijn gedaald. Wel kun je met de tegenbewijsregeling aantonen dat je werkelijke rendement lager was. Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement gaat volgens de huidige plannen pas in 2028 in.
De tussenstap: eerst dividend uitkeren
Wil je privé beleggen met geld dat in de BV zit, dan moet je het eerst als dividend uitkeren. Daarover betaal je box 2: 24,5% over de eerste €68.843 per persoon en 31% daarboven. Van elke €100.000 winstreserve houd je privé dus hooguit €75.500 over om te beleggen. In de BV kun je het volledige bedrag laten renderen. Dat uitstel van box 2 is het belangrijkste voordeel van beleggen via de BV.
Rekenvoorbeeld 2026
Stel: je hebt €200.000 te beleggen en haalt 6% rendement, dus €12.000. In de BV betaal je 19% vpb over €12.000 = €2.280. Privé (na eerst box 2 te hebben betaald) betaal je in box 3 ongeveer 36% × 6,00% × (€200.000 − €59.357) = circa €3.038, ongeacht of je 6%, 10% of 0% haalt. Bij een hoog rendement schuift het voordeel richting privé, bij een laag of wisselend rendement richting de BV. En als je het geld in de BV later alsnog uitkeert, betaal je dan alsnog box 2 over het opgebouwde bedrag.
Waarom via een holding en niet via de werkmaatschappij?
Beleg niet vanuit de BV waarin je onderneemt. Gaat het daar mis, dan kunnen schuldeisers ook bij het belegde vermogen. Met een holding boven je werkmaatschappij haal je de winst eerst belastingvrij naar de holding (dankzij de deelnemingsvrijstelling) en belegt de holding. Dan staat het vermogen apart van de ondernemingsrisico's. Let op: de deelnemingsvrijstelling geldt voor belangen van minimaal 5%; gewone beleggingen in beursfondsen vallen daar niet onder en zijn in de holding dus gewoon belast met vpb.
Waar moet je op letten?
Eén: leg vast wat je beleggingsbeleid is en houd beleggingen en bedrijfsgeld administratief gescheiden. Twee: een BV die vooral belegt kan haar status als ondernemer verliezen voor bijvoorbeeld de bedrijfsopvolgingsregeling; laat dat toetsen als je later wilt verkopen of overdragen. Drie: houd rekening met wat er in 2028 verandert in box 3. Vier: kijk naar het geheel, inclusief je pensioen en je fiscale partner. Wat in het ene jaar voordelig is, kan in een ander jaar net anders uitvallen.
Twijfel je welke route voor jou het beste werkt? Wij rekenen het door op je eigen cijfers en helpen bij het opzetten van een holding via holding oprichten. Plan een gratis kennismaking via Plan een afspraak.



