Box 3 belasting 2026: waarom ondernemers en vastgoedbezitters fors meer gaan betalen
Box 3 is al jaren het meest besproken onderdeel van de inkomstenbelasting. Na het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021, de overbruggingswetgeving en eindeloos politiek gesteggel, is er in 2026 weer het nodige veranderd. In dit artikel leggen we helder uit wat de nieuwe regels zijn, wat ze concreet betekenen voor ondernemers, vastgoedbezitters en beleggers, en hoe je slim kunt inspelen op de huidige situatie.
Box 3 tarief 2026: stabiel op 36%
Het belastingtarief in box 3 blijft in 2026 op 36%. Dat klinkt neutraal, maar vergeet niet dat dit tarief in 2020 nog 30% was. In zes jaar tijd is de heffing op vermogen dus met 20% gestegen. Tegelijkertijd is het heffingsvrij vermogen in 2026 verlaagd naar €57.684 per persoon (fiscale partners: €115.368). Dit betekent dat je eerder en harder wordt belast op je vermogen boven de vrijstelling.
Voor ondernemers die privévermogen aanhouden buiten hun onderneming — denk aan spaargeld, een beleggingsportefeuille of een tweede woning — is dit een forse last. Zeker in combinatie met de hogere fictieve rendementen op bepaalde vermogenscategorieën.
Fictief rendement: 6% op beleggingen en vastgoed
De grote klapper in 2026 zit hem in het fictief rendement op de categorie "overige bezittingen". Hieronder vallen beleggingen (aandelen, obligaties, crypto), vastgoed (tweede woningen, verhuurde panden) en andere bezittingen die niet als spaargeld of schulden kwalificeren. Het fictief rendement voor deze categorie is vastgesteld op 6,04%.
Oorspronkelijk wilde het kabinet dit rendement zelfs verhogen naar 7,78%, maar na forse kritiek vanuit de Tweede Kamer is dat teruggedraaid naar circa 6%. Dat is nog steeds aanzienlijk: als je €200.000 aan beleggingen of vastgoed boven de vrijstelling hebt, rekent de fiscus met een fictief rendement van €12.080. Daarover betaal je 36% belasting, ofwel ruim €4.349 — ongeacht of je dat rendement daadwerkelijk hebt behaald.
Voor spaargeld geldt overigens een veel lager fictief rendement van 1,44% (gebaseerd op de gemiddelde spaarrente). Het systeem maakt dus een scherp onderscheid: spaarders worden relatief ontzien, maar beleggers en vastgoedbezitters betalen fors.
De tegenbewijsregeling: jouw belangrijkste wapen
De tegenbewijsregeling is in 2026 belangrijker dan ooit. Deze regeling stelt je in staat om aan te tonen dat jouw werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent. Als je dat kunt bewijzen, wordt je aanslag op basis van het werkelijke rendement berekend.
Dit is vooral relevant in drie situaties. Ten eerste: als je vastgoed bezit dat niet of nauwelijks in waarde stijgt, of dat je onder de marktprijs verhuurt. Ten tweede: als je beleggingen een slecht jaar hebben gehad — denk aan koersdalingen op de beurs. Ten derde: als je vermogen vastzit in illiquide bezittingen waar weinig tot geen rendement uitkomt.
De Hoge Raad heeft in het Kerstarrest (december 2021) bepaald dat de overheid niet mag heffen over een fictief rendement dat hoger is dan het werkelijke rendement. De tegenbewijsregeling is de wettelijke vertaling van die uitspraak. In de praktijk betekent dit dat je een berekening moet opstellen van al je werkelijke inkomsten uit vermogen: rente, dividend, huurinkomsten, en gerealiseerde én ongerealiseerde waardeveranderingen.
Belangrijk: de bewijslast ligt bij jou als belastingplichtige. Je moet dus goed kunnen onderbouwen wat je werkelijke rendement was. Een goede administratie en een deskundige boekhouder zijn daarbij onmisbaar. Wij helpen onze klanten actief met het opstellen van de tegenbewijsberekening — neem contact op via Plan een afspraak als je hier hulp bij nodig hebt.
Werkelijk rendement systeem uitgesteld naar 2028
Al jaren wordt er gewerkt aan een nieuw box 3-stelsel dat belasting heft op basis van werkelijk rendement in plaats van fictieve forfaits. Dit systeem zou oorspronkelijk in 2027 ingaan, maar is inmiddels doorgeschoven naar 2028 — en zelfs die datum is onzeker.
De reden voor het uitstel is drieledig. Ten eerste is het technisch complex: de Belastingdienst moet systemen bouwen die werkelijk rendement per belastingplichtige kunnen berekenen, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Ten tweede is er politiek geen consensus over de exacte vormgeving: moet ongerealiseerde waardestijging worden belast? Hoe ga je om met illiquide vastgoed? En ten derde: het CPB heeft gewaarschuwd dat de budgettaire gevolgen anders uitpakken dan eerder geraamd.
Tot het nieuwe stelsel er is, blijft de overbruggingswetgeving met fictieve rendementen van kracht. Voor belastingplichtigen betekent dit: je wordt mogelijk nog twee tot drie jaar belast op basis van fictie in plaats van realiteit. De tegenbewijsregeling is je enige correctiemechanisme.
Wat betekent dit concreet voor vastgoedbezitters?
Als je een tweede woning of verhuurpand bezit, word je in box 3 belast alsof je 6% rendement maakt. Bij een WOZ-waarde van €400.000 en geen schuld, is het fictief rendement dus €24.000. Na aftrek van het heffingsvrij vermogen betaal je over een groot deel daarvan 36% belasting.
In werkelijkheid kan je huurrendement veel lager zijn, zeker als je te maken hebt met onderhoudskosten, leegstand, vastgoedbelasting en verzekeringen. Bovendien telt een WOZ-waardestijging in het fictief systeem niet mee als "werkelijk" rendement, maar wordt er wél gerekend alsof je die stijging hebt. Dit maakt de tegenbewijsregeling voor vastgoedbezitters essentieel.
Overweeg je om vastgoed vanuit privé onder te brengen in een BV? Dat kan fiscaal voordelig zijn, maar er zitten haken en ogen aan (overdrachtsbelasting, vpb-tarief, dividendbelasting). Laat je goed adviseren — lees ook ons artikel over BV & Holding of plan een gesprek via Plan een afspraak.
Wat kun je nu doen?
Er zijn vier concrete stappen die je als ondernemer of vermogensbezitter nu kunt nemen. Eén: breng je volledige vermogenspositie in kaart en bereken je werkelijke rendement over 2025 en 2026. Twee: beoordeel of de tegenbewijsregeling voor jou gunstig uitpakt — zo ja, bereid je aangifte daar op voor. Drie: overweeg herstructurering als je vastgoed of beleggingen in privé aanhoudt en de belastingdruk te hoog wordt. Vier: wacht niet af tot het werkelijk rendement systeem er is, maar optimaliseer nu binnen de huidige regels.
Bij Plus Boekhouden helpen we ondernemers en vastgoedbezitters dagelijks met box 3-optimalisatie, tegenbewijsberekeningen en herstructureringsadvies. We kijken niet alleen naar de cijfers, maar naar jouw complete situatie. Voor meer informatie over onze diensten, bekijk belastingadvies of fiscale aangiftes.
Conclusie
Box 3 blijft in beweging. Met een goede administratie, kennis van de tegenbewijsregeling en tijdige actie kun je de belastingdruk op je vermogen aanzienlijk beperken. Wacht niet af — optimaliseer nu binnen de huidige regels.



